Glasvezel, benieuwd naar de glasvezeltheorie?

Zo werkt glasvezeltechnologie

Een glasvezel is een haardunne vezel van glas, met een dikte van slechts 125 à 250 micron. De vezel bestaat uit twee soorten glas: een flinterdunne kern die is versmolten met een dikkere mantel. Doordat het licht in de glasvezel een zeer kleine hoek maakt met de buitenkant van de vezel, is reflectie gegarandeerd en blijft het licht in de vezel door interne reflectie. Een laser verstuurt licht door een glasvezel. Hoe sneller de laser aan- en uitsignalen geeft, hoe sneller de informatie wordt verstuurd. Er zijn twee soorten glasvezel: multi-mode en single-mode.

Multi-mode glasvezel

De multi-mode vezel is geschikt voor kortere afstanden met lagere snelheden en een hoge bandbreedte. In vergelijking met single-mode is de benodigde apparatuur goedkoper, door de toepassing van led of VCSEL in plaats van laser. Multimode vezels hebben, fabricage-afhankelijk, in de kern ongunstige overdrachtseigenschappen door de lichtverstrooiing (de diagonale pijltjes). Dit kan bandbreedteverlies veroorzaken. De kern van multi-mode glasvezelkabels heeft een grotere diameter met meerdere paden. In de glasvezelkern worden verschillende golflengtes gebruikt.

Single-mode glasvezel

Single-mode vezel is geschikt voor grotere afstanden en hoge bitrates en vraagt om apparatuur met relatief dure lasers. De single-mode vezel maakt datatransmissie mogelijk met snelheden van meer dan één terabit per seconde. Single-mode vezels hebben een kleine kern en versturen slechts één lichtstraal. Doordat er maar één pad door de kern gaat, verplaatst het licht zich door het midden van de kern. Het wordt niet teruggekaatst tegen de buitenkant van de kern, zoals bij multi-mode vezels.